HET ONDERZOEK

Achtergrond en aanleiding onderzoek

In dit (veld)project onderzoeken we op doorlopende basis in de metropolen Amsterdam en Berlijn vorm, ontstaan en functioneren van een specifiek soort bottom-up initiatieven, door ons aangeduid als Knooppunten van zachte infrastructuur. Knooppunten van zachte infrastructuur zijn daarbij gedefinieerd als:

“Vitaliserende centra, plekken en kernen in de buurt die een belangrijk ontmoetingspunt voor de buurt zijn (geworden) en een variëteit aan publieke, cul­turele, econo­mische en maatschappelijke functies, netwerken en voor­zieningen bij elkaar brengen en op fiets- en loop­afstand van buurtbewoners brengen.”

Naast ontstaan en functioneren kijken we naar de sociaal-maatschappelijke, economische en stedenbouwkundige opbrengsten en effecten van Knooppunten van zachte infrastructuur en de omgeving waarin ze ontstaan. Op basis van de onderzoeksresultaten trekken we conclusies over de randvoorwaarden en determinanten voor het ontstaan en succesvol functioneren van Knooppunten en formuleren we leidraden voor initiatiefnemers, stedenbouwkundigen, gemeenten en (vastgoed)beleggers om het ontstaan en succes van deze plekken in de stad te faciliteren en te stimuleren.

Het onderzoeksproject is ontstaan uit een Open Oproep eind 2011 van het toenmalige Stimuleringsfonds voor Architectuur (SfA) naar strategieën voor een nieuwe, bij deze tijd passende programmatische stedenbouw. De Open Oproep van het SfA was een appèl aan de stedenbouwkundige discipline; aan ontwerpers, onderzoekers, culturele en maatschappelijke partijen om tot intelligente nieuwe visies, strategieën en innovatieve combinaties van (maatschappelijke) partners en functies te komen die een antwoord zouden kunnen geven op de geconstateerde behoeften en ontwikkelingen en nieuwe kansen zouden bieden voor het versterken van stadscentra, wijken en dorpen en opzetten van nieuwe vormen van opdrachtgeverschap, co-productie, financiering, beheer en exploitatie voor genoemde collectieve en semi-publieke voorzieningen. Hergebruik van bestaande bebouwing om de vitaliteit van steden, buurten te behouden en (verder) te ontwikkelen was een belangrijk attentiepunt.

Meer lezen over de Open Oproep van het Stimuleringsfonds voor Architectuur

Oktober 2010 plaatste het Stimuleringsfonds voor Architectuur (SfA), de voorloper van het Stimuleringsfonds voor Creatieve Industrie, een Open Oproep waarin ze ontwerpers, opdrachtgevers, onderzoekers en culturele instellingen opriep om met (onderzoeks)voorstellen te komen die konden leiden tot nieuwe strategieën voor een programmatische stedenbouw en antwoord zouden (kunnen) geven op actuele en toekomstige economische en maatschappelijke vraagstukken, ontwikkelingen en condities waar het (sociale) programma van de stad en de stedenbouwkundige discipline mee te maken zou (kunnen) krijgen. Centraal stond de vraag of en in hoeverre de stedenbouwkundige discipline (nog) wel voldoende bijdroeg of kon bijdragen aan het (beter) functioneren van de samenleving en programma van de stad, oftewel voorzieningen en functies op publiek, sociaal-maatschappelijk, cultureel, zorg, recreatief, economisch en onderwijs terrein

Toenemende kloof tussen (maatschappelijke) vraag, plannen en aanbod

De Open Oproep maakte deel uit van het Programma Stedenbouw dat het SfA in de periode 2010-2012 voor het minsterie van Bin­nen­landse Zaken en ministerie van Infrastructuur & Milieu uitvoerde en dat zich richtte op het vernieuwen van de verbinding tussen de steden­bouw­kundige discipline en het programma van stad. Het SfA en de opdrachtgevende ministeries constateerden een (toenemende) kloof tussen de (semi) publieke stedenbouwkundige en planologische plannen voor de stad van gemeenten en de grote maatschappelijke opgaven die er lagen op het terrein van voorzieningen voor onderwijs, zorg, welzijn, sport, kunst & cultuur, recreatie, transport en publieke ruimte / ontmoeten. Juist in het publieke, maar ook semi-publieke, maatschappelijke en commerciële domein namen budgetten voor collectieve en publieke voor­zie­ningen in die periode sterk af, een trend die naar verwachting van het SfA ook in de toekomst zou doorzetten.

Ideologie van de maakbare samenleving uitgehold

Ook constateerde het SfA dat de ideologie van de maakbare samenleving in diskrediet was geraakt en dat door decentralisatie van bevoegdheden en privatisering van voorheen publieke functies de besluitvorming, regelgeving, financiering, uitvoering en het beheer van collectieve en publieke voorzieningen verbrokkeld en verbureaucratiseerd was geraakt. Zo was uit door het SfA gesubsidieerd onderzoek gebleken dat (nog) maar heel weinig gemeenten beschikten over een integrale visie op maatschappelijk vastgoed en de huisvesting van publieke en collectieve voorzieningen.

Vanuit onze eigen interesse en ervaring met bottom-up initiatieven in het cultureel, sociaal en stedenbouwkundig domein, waaronder directe betrokkenheid bij een groot internationaal onderzoek naar bottom-up initiatieven in het ‘niemandsland tussen stad en land’, formuleerden wij eind 2011 een onderzoeks­voorstel waarin we voorstelden de dynamiek van ontstaan en functioneren van een Knooppunten van zachte infrastructuur te onderzoeken. Dit onderzoeks­voorstel is, op basis van co-financiering in 2012 door het Stimuleringsfonds voor Architectuur gehonoreerd. Van midden 2012 t/m midden 2014 voerden we het (pilot)onderzoek uit. De resultaten zijn hier te lezen. Sinds eind 2014 zetten we het onderzoek in eigen beheer voort en proberen we de benodigde financiering bij elkaar te krijgen.

Theoretisch kader en kernbegrippen

Knooppunten van zachte infrastructuur

Typerend voor Knooppunten van zachte infrastructuur is dat ze bestaan uit een mix van elkaar versterkende en aanvullende laagdrempelige (maatschappelijke) functies en voorzieningen, waaronder de gelegenheid tot ontmoeten. Daarbij oefenenen ze een (grote) aantrekkingskracht uit op (nieuwe) gebruikers en bezoekers en hebben ze in het algemeen een sterke buurtoriëntatie. In het algemeen bevinden ze zich op goed bereikbare, herkenbare plekken in buurten en wijken, waar ze sociale net­werken en lokale initiatieven versterken en een verbindende rol in het soci­ale, maatschap­pelijke, cultu­rele en economisch weefsel van de buurt, de wijk en soms zelfs de hele stad vervullen. Voor­beel­den zijn religieuze centra die de rol van wijkcentrum en ouderen­post vervullen; scholen die als community-centres fungeren, met een gecombineerde theaterzaal, kinderopvang, voorschool en cursus- annex vergaderruimte; bibliotheken met een peuterspeelzaal en plek voor sociaal raadslieden; parken met speelplekken voor kinderen, een kinderboerderij, groen-educatiecentrum en laagdrempelige horeca. In alle gevallen herbergen deze plekken een mix aan functies en voorzieningen, waaronder maatschappelijke en/of culturele, en kan je elkaar ongedwongen en zonder veel poespas (of uitgaven) ontmoeten: typerende kenmerken van Knooppunten van zachte infrastructuur.

Knooppunt typen

In ons onderzoek onderscheiden vier typen Knooppunten. Elk type vervult een belangrijke rol bij behoud, ontstaan en versterking van sociaal kapitaal en sociaal-maatschappelijke weefsel in buurten en wijken, maar varieert in de mate waarin het verband een structureel of meer incidenteel karakter heeft en de mate waarin het Knooppunt naast sociaal vooral ook fysiek of zelfs stedenbouwkundig van aard is. Gezien het stedenbouwkundig karakter van het onderzoek concentreren wij ons daarbij specifiek op de Knooppunt typen die een sterke fysieke en stedenbouwkundige component kennen. Concreet onderscheiden we volgende vier Knooppunt typen:

Virtuele Knooppunten

Virtuele Knooppunten zijn virtuele ontmoetingsplekken waar mensen bij elkaar komen om met elkaar over specifieke onderwerpen te ‘praten’. Het zijn kristallisatiepunten in virtuele netwerken van bewoners, zzp’rs en lokale organisaties in een buurt, wijk of stad. Binnen deze virtuele werelden treden de participanten met elkaar in contact via een eigen ontmoetingsplek / platform op internet, telefoon of social media en gebruiken dit platform om diensten aan elkaar en buitenstaanders uit te wisselen. Door middel van het Virtuele Knooppunt runnen buurtbewoners bijvoorbeeld samen een (virtuele) buurtbibliotheek, van waaruit ze boeken aan en van elkaar lenen, verlenen ze thuiszorg of klushulp aan elkaar of andere buurtbewoners, geven ze administratieve en fiscale hulp aan buurtbewoners of leden van het netwerk, et cetera. Noppes en LETS zijn bekende virtuele netwerken met veel aangesloten leden.

Sociale Knooppunten

Sociale Knooppunten vervullen in principe dezelfde rol als Virtuele Knooppunten. Verschil is dat mensen werkelijk fysiek en op regelmatige basis op een vast punt in de buurt bij elkaar komen. Bijvoorbeeld om het netwerk te organiseren, om diensten aan elkaar of anderen te verlenen, of gewoon om elkaar te ontmoeten. Zo’n fysieke plek kan iemands huiskamer of kantoor zijn, een buurthuis, een café, een lokaal park, een sportveld, een schoolgebouw, et cetera. De frequentie waarmee mensen in het netwerk bij elkaar komen kan variëren van 1x per kwartaal, tot maandelijks, wekelijks of zelfs nog vaker. Net als bij Virtuele Knooppunten staat het leveren van sociaal-maatschappelijke diensten bij Sociale Knooppunten centraal. Bijvoorbeeld het verzorgen van leesles aan allochtone vrouwen, uitwisseling van bedrijfscontacten, sportactiviteiten, opvang voor psychiatrische patiënten, huiswerkbegeleiding, et cetera. Sociale Knooppunten functioneren via zelforganisatie, zonder enige vorm van top-down aansturing door de (lokale) overheid, of commerciële of maatschappelijke organisaties.

Fysieke Knooppunten

Fysieke Knooppunten zijn plekken die soortgelijke functies vervullen als Virtuele en Sociale Knooppunten, maar geïnstitutionaliseerd zijn op een eigen fysiek vaste plek. Bij Fysieke Knooppunten kan het gaan om een leegstaand kantorenpand waarin een (tijdelijke) buurtgalerie of winkel, gecombineerd met een koffiebarretje en kinderspeelhoek is gevestigd, of een braakliggend stuk land dat als gezamenlijke moestuin wordt gebruikt met speel­voor­zie­ningen en buurteethoek, of een oude gekraakte hangar waarin muziekstudio’s zijn ondergebracht, muziekcursussen worden gegeven en een klein podium voor optredens is gecreëerd. Ook is het mogelijk dat een (lokaal) initiatief een eigen gebouw als Knooppunt plek heeft gerealiseerd. Bijvoorbeeld een klein buurttheater in combinatie met een café / koffiehuis, kinderopvang en dagbesteding voor meervoudig gehandicapten. Of een cultureel centrum met daarin geïntegreerd een kleine buurtbibliotheek, peuterspeelzaal en punt voor sociaal raadsleden. Et cetera.

  1. Virtuele Knooppunten
  2. Sociale Knooppunten
  3. Fysieke Knooppunten
  4. Ruimtelijke Knooppunten

Alle vier de Knooppunt typen vervullen een belangrijke rol bij het creëren en behouden van sociaal kapitaal en sociaal-maatschappelijke weefsel in buurten en wijken, maar hebben alle vier een ander uiterlijk en fysieke verschijningsvorm. In dit onderzoek draait het specifiek om Fysieke Knooppunten en Ruimtelijke Knooppunten.

Virtuele Knooppunten

Virtuele Knooppunten zijn virtuele ontmoetingsplekken waar mensen bij elkaar komen om met elkaar over specifieke onderwerpen te ‘praten’. Het zijn kristallisatiepunten in virtuele netwerken van bewoners, zzp’rs en lokale organisaties in een buurt, wijk of stad. Binnen deze virtuele werelden treden de participanten met elkaar in contact via een eigen ontmoetingsplek / platform op internet, telefoon of social media en gebruiken dit platform om diensten aan elkaar en buitenstaanders uit te wisselen. Door middel van het Virtuele Knooppunt runnen buurtbewoners bijvoorbeeld samen een (virtuele) buurtbibliotheek, van waaruit ze boeken aan en van elkaar lenen, verlenen ze thuiszorg of klushulp aan elkaar of andere buurtbewoners, geven ze administratieve en fiscale hulp aan buurtbewoners of leden van het netwerk, et cetera. Noppes en LETS zijn bekende virtuele netwerken met veel aangesloten leden.

Sociale Knooppunten

Sociale Knooppunten vervullen in principe dezelfde rol als Virtuele Knooppunten. Verschil is dat mensen werkelijk fysiek en op regelmatige basis op een vast punt in de buurt bij elkaar komen. Bijvoorbeeld om het netwerk te organiseren, om diensten aan elkaar of anderen te verlenen, of gewoon om elkaar te ontmoeten. Zo’n fysieke plek kan iemands huiskamer of kantoor zijn, een buurthuis, een café, een lokaal park, een sportveld, een schoolgebouw, et cetera. De frequentie waarmee mensen in het netwerk bij elkaar komen kan variëren van 1x per kwartaal, tot maandelijks, wekelijks of zelfs nog vaker. Net als bij Virtuele Knooppunten staat het leveren van sociaal-maatschappelijke diensten bij Sociale Knooppunten centraal. Bijvoorbeeld het verzorgen van leesles aan allochtone vrouwen, uitwisseling van bedrijfscontacten, sportactiviteiten, opvang voor psychiatrische patiënten, huiswerkbegeleiding, et cetera. Sociale Knooppunten functioneren via zelforganisatie, zonder enige vorm van top-down aansturing door de (lokale) overheid, of commerciële of maatschappelijke organisaties.

Fysieke Knooppunten

Fysieke Knooppunten zijn plekken die soortgelijke functies vervullen als Virtuele en Sociale Knooppunten, maar geïnstitutionaliseerd zijn op een eigen fysiek vaste plek. Bij Fysieke Knooppunten kan het gaan om een leegstaand kantorenpand waarin een (tijdelijke) buurtgalerie of winkel, gecombineerd met een koffiebarretje en kinderspeelhoek is gevestigd, of een braakliggend stuk land dat als gezamenlijke moestuin wordt gebruikt met speel­voor­zie­ningen en buurteethoek, of een oude gekraakte hangar waarin muziekstudio’s zijn ondergebracht, muziekcursussen worden gegeven en een klein podium voor optredens is gecreëerd. Ook is het mogelijk dat een (lokaal) initiatief een eigen gebouw als Knooppunt plek heeft gerealiseerd. Bijvoorbeeld een klein buurttheater in combinatie met een café / koffiehuis, kinderopvang en dagbesteding voor meervoudig gehandicapten. Of een cultureel centrum met daarin geïntegreerd een kleine buurtbibliotheek, peuterspeelzaal en punt voor sociaal raadsleden. Et cetera.

Ruimtelijke Knooppunten

Ruimtelijke Knooppunten gaan nog een stap verder dan Fysieke Knooppunten. Bij Ruimtelijke Knooppunten is de ruimtelijke inrichting en omgeving onderdeel van het Knooppunt en ‘in dienst’ van het Knooppunt. De ruimtelijke omgeving vormt daarbij een stedenbouwkundige eenheid met het Knooppunt. Voorbeelden van Ruimtelijke Knooppunten zijn een door buurtinitiatieven tot stand gebracht park met allerlei functies en voorzieningen, een plein of een gebouwencomplex met omringende infrastructuur dat als ontmoetingsgebied functioneert en waar allerlei (maatschappelijke) voorzieningen zijn, een strand met horeca, zwemgelegenheid en andere sportvoorzieningen, et cetera.

Ruimtelijke Knooppunten kunnen zowel door gelukkig toeval en slim hergebruik, als bewust ingrijpen in een bestaand gebied en de daarbinnen gelegen locaties ontstaan. die bestaan uit een verzameling losse fragmenten kwalificeren conform de eerder aangegeven kenmerken van Knooppunten van zachte infrastructuur dus niet als Ruimtelijk Knooppunt in dit onderzoek.

Knooppunt initiatiefnemers

Naast verschil in Knooppunttype, maken we in ons onderzoek onderscheid naar het soort partij of alliantie dat als initiatiefnemer, ontwikkelaar, exploitant en/of organisator van het Knooppunt optreedt. We stellen daarbij top-down initiatieven tegenover bottom-up initiatieven. Daarnaast onderscheiden we nog middenveld initiatieven en hybride combinaties.

Top-down initiatieven

Top-down Knooppunten van zachte infrastructuur zijn initiatieven die door de overheid; gemeenten, commerciële en/of maatschappelijke pro­ject­ont­wik­kelaars, of een combinatie van genoemde partijen zijn geïnitieerd en tot stand gebracht. Afgelopen decennia hebben vooral gemeenten en woningbouwcorporaties, vaak in samenwerking met welzijnsorganisaties geprobeerd vitale Knooppunt plekken op te zetten. Multifunctionele Accomodaties (MFA’s) zijn hiervan een veel voorkomend voorbeeld en komen veelal uit de koker van dit soort initiatiefnemers. Gemeenten initiëren vaak in samenwerking met een woningcorporatie een MFA en vragen dan verschillende maatschappelijke en culturele partijen / gebruikers om samen te zitten en/of samen te werken in de accommodatie Vrijwel alle Kulturhusen in Nederland zijn zo tot stand gekomen, maar ook heel veel brede scholen en de moderne opvolger daarvan; Integrale Kind Centra, waarbij het onderwijs samen met de peuterspeelzaal, buitenschoolse opvang of een welzijnsorganisatie in één multifunctionele accommodatie zit. De verschillende deel­ne­mers in een MFA proberen vervolgens met elkaar invulling te geven aan de opzet en invulling van het gebouw, in een meer of minder gezamenlijke en integraal gedragen en georganiseerd programma-aanbod.

Bottom-up initiatieven

Bottom-up Knooppunten staan tegenover top-down Knooppunten en voor door (individuele) burgers; bewoners, zzp’rs (kleine zelfstandigen), professionals, kunstenaars, lokaal actieve (maatschappelijk) ondernemers, of een combinatie van dit soort partijen geïnitieerde en ontwikkelde initiatieven. In dit onderzoek spreken we ook wel van Knooppunten die organisch en lokaal (zijn) ontstaan. De door buurtbewoners opgezette, buurttuin waar regelmatig voor de buurt films worden vertoond en andere buurtactiviteiten georganiseerd, waar gezellige bankjes staan en een door de buurt aangelegde natuurspeelplaats ligt is hiervan een mooi voorbeeld.

Middenveld initiatieven

Tussen de ‘uitersten’ van top-down en bottom-up initiatieven zitten Knooppunten die door grote(re), vaak lokaal gewortelde maatschappelijke of commerciële partijen met ervaring met vastgoedprojectontwikkeling zijn geïnitieerd en ontwikkeld. Vaak hebben deze partijen al zelf ontwikkeld vastgoed in portefeuille. Gedacht kan worden aan een grote(re) zorginstelling die samen met een fysiotherapiepraktijk, zorgverzekeraar en cateringbedrijf voor gezonde voeding een full-service zorgcentrum begint. Of een grote stedelijke bibliotheek die samen met een commerciële kunstuitleen en videotheek een kunst & cultuur uitleencentrum (Knooppunt) organiseert.

Hybride combinaties

Naast samenwerkingsverbanden tussen partijen van hetzelfde niveau, kunnen Knooppunten van zachte infrastructuur ook tot stand worden gebracht door allianties van partijen van verschillend niveau. Bijgaand schema laat de verschillende partijen en mogelijke allianties zien die als initiatiefnemer van een Knooppunt van zachte infrastructuur kunnen optreden.

Soorten initiatiefnemers

Onderzoekshypothese

In dit onderzoek gaan we uit van de stelling dat Knooppunten van zachte infrastructuur zowel een cruciale rol spelen in het organiseren en waarborgen van de duurzaamheid en vitaliteit van moderne suburbia (VINEX-wijken), als het (re)vitaliseren van oude woongebieden en naoorlogse wijken. Zo speelde in de VINEX-wijk IJburg in Amsterdam Oost stadsstrand annex paviljoen Blijburg een cruciale rol bij het vergroten van de populariteit, aan­trek­kings­kracht en leefbaarheid van deze nieuwe stadswijk, terwijl in de Indische Buurt in Amsterdam Oost, een voormalige achterstandswijk, het Timorplein complex een soortgelijke rol vervulde. Tal van andere voorbeelden, zoals Exrotaprint in de achterstandswijk Wedding in Berlijn lijken de stelling te bevestigen. Knooppunten van zachte infrastructuur lijken daarmee een universele rol te spelen in het versterken van de leefbaarheid en vitaliteit van buurten, wijken, steden en de stedelijke omgeving in het algemeen.

Probleemstelling

De centrale onderzoeksvraag voor ons onderzoek luidt:

“Hoe zien Knooppunten van zachte infrastructuur eruit, hoe functioneren ze, wat zijn de opbrengsten en hoe zit de logica (ontstaansgeschiedenis, besluitvorming, uitvoering, financiering, exploitatie, etc…) van deze vitale plekken in de stad in elkaar?”

Onderzoeksvragen
  1. Wat zijn specifieke kenmerken en eigenschappen van Knooppunten van zachte infrastructuur?
  2. Hoe ontstaan en functioneren Knooppunten van zachte infrastructuur?
  3. Wie zijn betrokkenen (actoren) bij hun ontstaan, functioneren en succes?
  4. Wat zijn de opbrengsten van Knooppunten van zachte infrastructuur, oftewel wat is hun effect op de leefbaarheid en vitaliteit van de directe omgeving, buurt of wijk?
  5. Op welke wijze kan het ontstaan van Knooppunten van zachte infrastructuur gestimuleerd en gefaciliteerd worden en hoe (met welke maatregelen) kunnen belemmeringen voor hun ontstaan en succes worden weggenomen?

Voor elke onderzoeksvraag hebben we verschillende deelvragen:

Specifieke kenmerken en eigenschappen van Knooppunten van zachte infrastructuur:

  1. Functie en gebruik: Wat (welke) zijn de functies van het Knooppunt? Is het Knooppunt meer gericht op ontmoeten en interactie, of juist meer op het aanbieden en gebruik van voorzieningen? Hoe laagdrempe- lig is het aanbod van het Knooppunt? Wat is de mix tussen meer commerciële en meer maatschappelijke voorzieningen en wat is het overheersende type van het aanbod?
  2. Ligging, ruimtelijke kwaliteit en programma: Wat is de ligging in de stad of wijk, hoe bereikbaar is het Knooppunt? Wat is de ruimtelijke (stedenbouwkundige) kwaliteit en identiteit van het Knooppunt en de omringende (publieke) ruimte? Hoe zichtbaar is het Knooppunt in relatie tot de omliggende context? Is er een programma gebruikt bij opzet en ontwikkeling van het Knooppunt?
  3. Omgeving: Wat zijn de algemene kenmerken van de omringende bewonerspopulatie en buurt?
  4. Uitvoering: Wat zijn de technische data van het Knooppunt, zoals oppervlakte in vierkante meters, bouwvolume e.d.? Wat voor ruimtelijke vorm en architectuur (vorm, materialen, uitdrukking e.d.), hand- made of design is gebruikt bij vormgeving en implementatie van het Knooppunt? In hoeverre is er sprake van het recyclen van ruimte en gebouwen door lokale drivers?

Ontstaan en functioneren van Knooppunten van zachte infrastructuur:

  1. Besluitvorming, initiatief en opzet: Is het Knooppunt tijdelijk, spontaan en organisch vanuit de samenle- kleine ondernemers), of vanuit het maatschappelijk middenveld ontstaan, of juist meer van bovenaf en stedenbouwkundig gestuurd? Hoe zijn initiatiefnemers van het Knooppunt bij elkaar gekomen, door welke gebeurtenissen? Welke motivatie(s) en behoefte(n) hadden ze bij opzet van activiteiten? Welke formele en informele afspraken vormen de basis van hun alliantie en coalitie?
  2. Succes en mislukken: Welke projecten en Knooppunten zijn een succes of (gedeeltelijke) mislukking, in de zin dat ze een serieus onderdeel zijn (geworden) van de zachte (infra)structuur van een buurt of wijk, samenbindend zijn, een breder bereik hebben, een gezonde exploitatie hebben en niet enkel maar een kortstondig initiatief vertegenwoordigen?
  3. Financiering en exploitatie: Welke investeringen (globaal) waren met het tot stand brengen van het Knooppunt gemoeid? Wat voor financieringsbronnen zijn hiervoor gebruikt, ging het om private, publieke of andersoortige middelen? Welke kosten zijn gemoeid met het exploiteren en dagelijks laten functioneren van het project? Uit welke bronnen komen deze middelen en wie profiteert?
  4. Organisatie: Welke vorm van opdrachtgeverschap of coproductie wordt gehanteerd bij beheer en exploitatie van het Knooppunt? Hoe veel tijd investeren de actoren per week in het Knooppunt? Wie heeft de leiding in de dagelijkse organisatie en hoe en door wie worden de grote beleidslijnen uitgezet?

Betrokkenen bij het ontstaan, functioneren en succes van Knooppunten van zachte infrastructuur:

  1. Actoren: Welke actoren zijn nu, en waren eerder betrokken bij opzet, exploitatie en gebruik van het Knooppunt en initiatief tot het Knooppunt? In hoeverre is hun rol in de loop van de tijd veranderd en wat is de reden dat ze bij het Knooppunt betrokken zijn geraakt of juist niet meer betrokken zijn?
  2. Doelgroepen: Wie zijn de doelgroepen en gebruikers van het Knooppunt, hoe bevalt het hen en hoe groot zijn deze groepen (ongeveer)?
  3. Lokale omgeving: Wat is de invloed van lokale bewoners, partijen en sociale netwerken bij het ontstaan van het Knooppunt (geweest)?
  4. Rol overheid en stedenbouwkundigen: Welke rol speelt en speelde de overheid bij het Knooppunt en het tot stand komen ervan? Welke rol en functie hebben (hadden) stedenbouwkundigen en planologen bij het tot stand komen, succes of mislukken van het Knooppunt?

Wat zijn de opbrengsten en effecten van Knooppunten van zachte infrastructuur:

  1. Indirecte effecten: Zijn er indicaties dat het Knooppunt heeft bijgedragen aan de veiligheid, sociale cohesie, leefbaarheid en het imago van de omringende omgeving (buurt)?
  2. Directe effecten (opbrengsten): Wat is de bijdrage van het Knooppunt aan het (maatschappelijk) voorzieningenaanbod in de buurt en de bijdrage aan het aanbod van lokale werkgelegenheid en bedrijvigheid? Wat is het effect van het Knooppunt op de (ruimtelijke) kwaliteit van de omgeving en publieke ruimte?
  3. Lokale economie: Zijn er indicaties dat het Knooppunt heeft bijgedragen aan de lokale economie en bedrijvigheid in de omringende buurten en wijken?
  4. Vastgoedwaarde: Zijn er indicaties dat het Knooppunt effect heeft gehad op de vastgoedwaarde van de woningen in de omringende omgeving (buurten) en in welke richting gaat dit effect?

Hoe kan het ontstaan van Knooppunten van zachte infrastructuur gestimuleerd en gefaciliteerd worden:

  1. Belemmeringen: Wat waren (zijn) economisch-politiek-bestuurlijke belemmeringen bij opzet, beheer en exploitatie van het Knooppunt? Met welke stedenbouwkundige en planologische randvoorwaarden en maatregelen (stedenbouwkundig plan, regelgeving, bestemmingsplan, verdere juridische inbedding) heeft het Knooppunt te maken gehad en nog steeds te maken? Wat zijn andere zaken die het ontstaan en succes van Knooppunten van zachte infrastructuur hebben belemmerd of bemoeilijkt?
  2. Stimulansen – stedenbouwkundigen: Wat kunnen stedenbouwkundige professionals en het steden- bouwkundig vakgebied doen om het ontstaan en succes van Knooppunten van zachte infrastructuur te fasciliteren en te stimuleren?
  3. Stimulansen – gemeenten (stadsbesturen): Wat kunnen gemeenten (stadsbesturen) en stadsdelen doen om het ontstaan en succes van Knooppunten van zachte infrastructuur te fasciliteren en te stimuleren?
  4. Stimulansen – woningbouwcorporaties: Wat kunnen woningbouwcorporaties doen om het ontstaan en succes van Knooppunten van zachte infrastructuur te fasciliteren en te stimuleren?
  5. Stimulansen – beleggers (financiers): Wat kunnen beleggers (financiers) doen om het ontstaan en succes van Knooppunten van zachte infrastructuur te fasciliteren en te stimuleren?

[/toggle]

Afbakening onderzoek (onderzoekspopulatie)

Onderzoeksopzet

Eindproducten

(UA-0000000-0)