KNOOPPUNTEN VAN ZACHTE INFRASTRUCTUUR

Knooppunten spelen een belangrijk rol in het functioneren, de infrastructuur en (ruimtelijke) inrichting van Nederland. In het stedenbouwkundig, economisch en planologisch domein ligt daarbij van oudsher de nadruk op de fysieke infrastructuur en fysieke uitwerking van knooppunten, oftewel plekken waar (fysieke) transportwegen, goederenstromen en mensen bij elkaar komen en elkaar kruizen. Denk heel concreet aan treinstations, vliegvelden, winkelcentra, havens, steden (!), et cetera. Dergelijke fysieke knooppunten spelen een essentiële rol in het verbinden van econo­mische netwerken en toegankelijk maken van gebieden, gemeenschappen, resources en bronnen van economische groei. Succesvolle knooppunten zijn een magneet, attractor en draaischijf voor de directe en verder gelegen omgeving. Kruisbestuiving, transitie, transformatie en het ontstaan van nieuwe clusters van (economische) activiteiten en gemeenschappen typeren Knooppunten. Deze kwaliteit van Knooppunten vormt het startpunt van ons onderzoek, waarin het niet om fysieke, economische en logistieke aspecten van Knooppunten gaat, maar om het verschijnsel Knooppunt als stedenbouwkundig, cultureel-maatschappelijk en vitaliserend fenomeen voor buurten en wijken. Knooppunten voor leefbare, sterke, vitale steden met sterk maatschappelijk weefsel. Specifiek kijken we naar plekken waar maatschappelijke, culturele en economische functies en voorzieningen in een stedenbouwkundige context bij elkaar komen, waar lokale netwerken met elkaar verknoopt en ontmoeten een kernelement is. Wij duiden dit soort plekken aan als “Knooppunten van zachte infrastructuur”.

Basisschool Oostelijke Eilanden (Amsterdam Centrum)

Knooppunten van zachte infrastructuur

Om precies te zijn definiëren we Knoop­punten van zachte infrastructuur in ons onderzoek als:

Samenhangende, herkenbare centra, plekken en kernen in de buurt die als ontmoetingspunt fungeren en in geconcentreerde vorm een variëteit aan publieke, cul­turele, econo­mische en maatschappelijke functies, netwerken en voor­zieningen bij elkaar en op fiets- en loop­afstand van buurtbewoners brengen.

Onze onderzoekshypothese is dat (succesvolle) Knooppunten van zachte infrastructuur een buitenproportionele bijdrage leveren aan de leefbaarheid en vitaliteit van dorpen, buurten, wijken en steden, met name Knooppunten die op basis van bottom-up initiatieven zijn ontstaan.

Kenmerkend voor Knooppunten van zachte infrastructuur is hun stedenbouwkundige inpassing in buurt of wijk en brede mix aan functies en voorzieningen, inclusief ruimte en gelegenheid voor ontmoeten. Knooppunten zijn concrete vertegenwoordigers van het idee van de gemengde, multifunctionele stad waar wonen, werken, recreëren, culturele en maatschappelijke voorzieningen, winkels e.d. in dezelfde buurt of wijk zo veel mogelijk met elkaar worden gemengd. Volgens Jane Jacobs kenmerken vitale steden en buurten zich door diversiteit en stimuleert dit maatschappelijke, technologische en economische ontwikkelingen. Een gevarieerd multifunctioneel gebied vermindert bijvoorbeeld de kans op leegstand omdat de bebouwing voor meerdere groepen gebruikers en functies geschikt is. Knoop­punten van zachte infrastructuur gaan hierbij nog een stap verder en bieden op een beperkte, samenhangende oppervlak deze brede functiemenging en mix geconcentreerd en samenhangend aan.

Concrete voorbeelden van Knooppunten van zachte infrastructuur zijn religieuze centra die de rol van wijkcentrum en ouderen­post vervullen; scholen die als community-centres fungeren, met een gecombineerde theaterzaal, kinderopvang, voorschool en cursus- annex vergaderruimte; bibliotheken met een peuter­speel­zaal en plek voor sociaal raadslieden; parken met speelplekken voor kinderen, een kinderboerderij, groen-educatiecentrum en laagdrempelige horeca. Et cetera.

Tempelhofer Feld (Berlijn Neukölln)

Knooppunten van zachte infrastructuur als breed voorkomend maatschappelijk en historisch verschijnsel

Vroeger en in sterke gemeenschappen vervulden de kerk, de lokale voetbalclub en het dorpsplein de rol van vitaal Knooppunt van zachte infrastructuur en attractor waar allerlei zachte functies verenigd werden en mensen uit de buurt samenkwamen om elkaar informeel, of juist (meer) officieel op speciaal daartoe belegde bijeenkomsten te ontmoeten. Typerend was dat deze plekken niet alleen een cultureel en sociaal-maatschappelijk markeringspunt vormden, maar ook een architectonisch en stedenbouwkundig. Juist de combinatie van fysieke ontmoetingsplek en gelegenheid waar je low-profile naar toe kon voor allerlei voorzieningen en diensten, variërend van het advies van de pastoor, tot voedselondersteuning, een financiële bijdragen of oppas- en speelplek voor je kinderen e.d. maakte deze plekken zo belangrijk voor de sociale cohesie en leefbaarheid van buurten, wijken en dorpen. Tegenwoordig zijn deze traditionele samenkomst-plekken veel minder relevant en zie je dat andere locaties hun rol en functie, als vitaal Knooppunt van zachte infrastructuur voor de buurt, wijk of zelfs gehele stad hebben overgenomen. Allerlei nieuwe vormen en varianten van bij deze tijd passende Knooppunten zijn ontstaan, plekken waar net als vroeger meerdere functies bij elkaar komen en waar de hedendaagse buurt- en stadsbewoner bijna als vanzelf naar toe gezogen wordt. Plekken die een aanjager rol spelen voor de leefbaarheid en vitaliteit van de buurt, wijk en stad. Voorbeelden van zulke ‘moderne’ Knooppunten in Amsterdam zijn de centrale OBA Bibliotheek, Park Frankendael en het Westergasfabriek terrein. In Berlijn kom je plekken tegen als ExRotaprint, het Don Xuan Center en Markthalle Neun tegen.

Knooppunten van zachte infrastructuur zijn niet uniek of specifiek voor stedelijke gebieden. Je komt ze overal tegen. Juist ook op het platteland en in dorpen vervullen Knooppunten van zachte infrastructuur nog steeds een belangrijke samenbindende, maatschap­pelijke rol. Bijvoorbeeld in de vorm van de hedendaagse Kulturhusen in vele dorpen in Oost-Nederland, of in de vorm van een restaurant in de polder dat als een bruisende cultureel-maat­schappelijke hot-spot functioneert waar lokale bewoners elkaar ontmoeten en van waaruit allerlei maat­schappelijke activiteiten voor de omringende dorpen worden georganiseerd.

Typerend ook voor Knooppunten van zachte infrastructuur is dat juist zij een cruciale rol lijken te spelen in het organiseren en waarborgen van de sociale cohesie, leefbaarheid en vitaliteit van moderne suburbia (Vinex-wijken) en revitalisatie van oude woongebieden en naoorlogse wijken. In voorzieningarme wijken geven zij een boost aan het voorzieningenniveau, de zachte infrastructuur en sociaal weefsel. Zo speelden in de relatief nieuwe Vinex-wijk IJburg in Amsterdam stadsstrand annex strandpaviljoen Blijburg, buurt-cultuurhuis Het Blauwe Huis en het multifunctionele Vrijburcht complex een cruciale rol in het vergroten van de populariteit, aantrekkingskracht en leefbaarheid van deze nieuwe, suburbane stadswijk. In het noordwestelijk deel van de Indische Buurt, een achterstandswijk in Amsterdam Oost vervulden en vervullen de Meevaart en het Timorplein complex, allebei Knooppunten van zachte infrastructuur, een soortgelijke rol als aanjager van vitaliteit en leefbaarheid voor de wijk. Sinds de komst van het Timorplein complex heeft dit deel van de Indische Buurt een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Knooppunten van zachte infrastructuur lijken daarmee een universele rol te hebben in het waarborgen en stimuleren van de leefbaarheid en vitaliteit van buurten, wijken, dorpen en gehele steden.

Museum de Noord (Amsterdam Noord)

IJburg heeft er sinds 2013 nog twee bottom-up ontstane Knooppunten van zachte infrastructuur bij, namelijk Boerderij op IJburg en FlexBieb. Met het Centrum voor Vrije Tijd, ook een Knooppunt van zachte infrastructuur, bepalen zij het grootste deel van voorzieningenaanbod op IJburg, buiten het basisaanbod van winkels, scholen, basisgezondheidsvoorzieningen, BSO’s, kinderopvang en sportverenigingen om. Overigens geldt voor de meeste sportverenigingen en sportvoorzieningen op IJburg dat ook zij uit lokale bottom-up burgerinitiatieven zijn voortgekomen, evenals de partijen die het Centrum voor Vrije Tijd bevolken, zoals Theatraal IJburg.

Initiatiefvorm: Bottom-up versus top-down Knooppunten en andere initiatiefvormen

Knooppunten van zachte infrastructuur kunnen zowel top-down ontstaan; geïnitieerd, ontwikkeld, geëxploiteerd en beheerd worden als bottom-up, vanuit de lokale bewoners, ondernemers en burgers, of vanuit het (maatschappelijk) middenveld. Ook hybride initiatiefvormen zijn veelvuldig terug te zien, vooral met combinaties van top-down en middenveld partijen.

Top-down Knooppunten van zachte infrastructuur

Top-down geïnitieerde Knooppunten van zachte infrastructuur zijn initiatieven die door de overheid; gemeenten of provincies, commerciële en/of maatschappelijke pro­ject­ont­wik­kelaars (woningbouwcorporaties), of een combinatie van genoemde partijen zijn geïnitieerd en tot stand gebracht. Top-down aansturing, opzet en planning van de stedenbouwkundige omgeving en het programma van de stad is in Nederland al decennia de gebruikelijke gang van zaken. Denk aan culturele en sport- en speelvoorzieningen die vrijwel altijd door de overheid worden gepland, ontwikkeld, aangelegd en beheerd. Idem geldt dit voor scholen, zorgfuncties, welzijnsinstellingen, parken, plantsoenen e.d.. Tot de jaren tachtig trad vooral de overheid als initiatiefnemer en ontwikkelaar op, sindsdien is de initiatief- en/of ontwikkelrol steeds meer verschoven naar de commerciële en semi-maatschappelijke sector, te weten commerciële projectontwikkelaars en woning­bouw­cor­po­ra­ties. Echter, zelfs wanneer dergelijke partijen als (mede) initiatiefnemer of ontwikkelaar optreden, ligt het feitelijke initiatief vaak nog bij de (lokale) overheid via bijvoorbeeld het bestemmingsplan, masterplan of onderliggend stedenbouwkundig plan.

Kinderboerderij De Werf (Amsterdam Oost)

Bottom-up Knooppunten van zachte infrastructuur

Top-down Knooppunten staan tegenover bottom-up Knooppunten: door (individuele) burgers; bewoners, kleine zelfstandigen en bedrijfjes, professionals, kunstenaars, lokaal actieve (maatschappelijk) ondernemers, of een combinatie van genoemde partijen geïnitieerde en ontwikkelde Knooppunten. In ons onderzoek spreken we ook wel van Knooppunten die organisch zijn ontstaan. Een door buurtbewoners opgezette druk bezochte buurttuin, met gezellige bankjes en een door de buurt aangelegde natuurspeelplaats, waar regelmatig films voor de buurt worden vertoond en buurtactiviteiten georganiseerd, is een typerend voorbeeld van zo’n bottom-up initiatief en organisch ontstaan Knooppunt van zachte infrastructuur.

Middenveld Knooppunten van zachte infrastructuur

Tussen de ‘uitersten’ van top-down en bottom-up initiatieven zitten Knooppunten die door grote(re), vaak lokaal gewortelde maatschappelijke of commerciële partijen met ervaring met vastgoedontwikkeling zijn geïnitieerd en ontwikkeld. We spreken dan van door het middenveld ontwikkelde Knooppunten. Vaak gaat het om partijen die al zelf ontwikkeld vastgoed in portefeuille hebben. Voorbeeld van zo’n middenveld initiatief is een grote(re) zorginstelling die samen met een fysiotherapiepraktijk, zorgverzekeraar, welzijnsinstelling en biologisch cateringbedrijf een full-service zorgcentrum begint, waar ook de ‘gewone’ buurtbewoner terecht kan. Zulke huizen voor de buurt zijn afgelopen jaren steeds populair geworden. Ook steeds vaker voorkomend is de variant dat de lokale openbare bibliotheek samen met gerelateerde partijen als een kunstuitleen, game- of videoverhuurder e.d. een breed, multi-mediaal uitleencentrum opzet.

Hybride Knooppunten van zachte infrastructuur

Een vierde belangrijke ontstaansvorm van Knooppunten is de hybride initiatiefvorm. Hierbij zie je allerlei samenwerkingsvormen en allianties tussen de drie hiervoor aangegeven ontwikkelniveaus. Daarbij kan het zowel om een gecoördineerd, gezamenlijk samenwerkingsverband gaan, als een toevallige combinatie van spelers waarbij in een organische proces, op collegiale basis een vaak ruimtelijk opgezet Knooppunt van zachte infrastructuur ontstaat. Bij de gecoördineerde (doelgerichte) initiatiefvorm van Knooppunten van zachte infrastructuur gaat het bijvoorbeeld om opzet van MFA’s (Multifunctionele Accomodaties). Gemeenten en/of woningcorporaties treden als initiatiefnemer op en vragen lokale voorzieningaanbieders om met elkaar in één gebouw (MFA) te gaan zitten en soms ook om als partner het complex mee te ontwikkelen. Soms ook worden partijen (huurders) pas achteraf gezocht. Vaak zijn de betrokken partijen die in het complex een plek krijgen welzijnsorganisaties, culturele partijen en/of onderwijsorganisaties. Vrijwel alle Kulturhusen in Nederland zijn zo ontstaan, maar ook tal van brede scholen en IKC’s, als samenwerkingsverbanden van een school, BSO, kinderopvangorganisatie en peuterspeelzaal. Idee is dat wanneer men al dit soort organisaties in één gebouw onderbrengt er een beter aanbod voor de bewoners en buurt ontstaat, er meer samengewerkt wordt en het geheel, hoewel de praktijk vaak anders uitwijst, veel efficiënter (goedkoper) en effectiever is dan aparte ‘stand-alone’ voorzieningaanbieders en gebouwen.

Armenius Halle (Berlijn Moabit)

Een andere, tegenwoordig veel voorkomende vorm van gecoördineerde hybride Knoopppunt initiatieven zijn de creatieve broedplaatsen. Leegstaand vastgoed wordt, vaak weer op initiatief van de lokale overheid en/of een woningbouwcorporatie, nieuw leven ingeblazen via een (meestal) tijdelijke bestemming als plek voor kunstenaars, creatieve bedrijfjes en organisaties uit de culturele sector. Vaak krijgt het gebouw ook een culturele en horecafunctie, gericht op de buurt of soms zelfs hele stad. Net als bij MFA’s worden vaak andere, waaronder private partijen gevraagd mee te doen in opzet van de broedplaats. Vooral in grote steden als Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Amersfoort en Arnhem is dit ontwikkelmodel afgelopen 10 jaar zeer populair geworden, mede ingegeven door het idee om aftakelende wijken en gebouwen via deze seed-strategie te (re)vitaliseren. Vaak wordt een speciale broedplaatsbeheerder / exploitant, zoals Urban Resort of Beehives ingehuurd om het project vorm te geven, te exploiteren en het gebouw te beheren. Typische voorbeelden van dergelijke hybride Knooppunt initiatieven zijn het voormalige Volkskrantgebouw, de Tolhuistuin en WOW Amsterdam (allen in Amsterdam).

Op ‘toeval’ gebaseerde hybride ontwikkelingsvormen

De meer op toeval gebaseerde hybride Knooppunten zijn vrijwel allemaal ruimtelijk van aard. Voorbeelden zijn het Westergasfabriek terrein in Amsterdam West, dat in de loop der jaren is ontstaan en is uitgegroeid tot een enorm omvangrijk, maar toch samenhangend gebied met breed, vooral cultureel georiënteerd voorzieningenaanbod, variërend van horeca, bedrijfsruimte voor creatieven en kunstenaars, theaters, park, kinderopvang, speelgelegenheid, ontmoetingsplekken, et cetera. Een ander voorbeeld van een Knooppunt met hybride, op toeval gebaseerde ontstaansgeschiedenis is het Roelof Hartplein in Amsterdam Zuid. Rondom een kruispunt van wegen en tramverbindingen is een samenhangende levendige open(bare) ruimte ontstaan, met een breed aanbod van cultureel-maatschappelijke voorzieningen en ontmoetingsplekken. Zo zit aan het plein een druk bezochte vestiging van de Openbare Bibliotheek Amsterdam en in een gezichtsbepalend rijksmonument aan het plein het door de lokale welzijnsorganisatie Combiwel georganiseerde Huis van de Wijk Lydia en een twintigtal door woningbouwcorporatie Ymere geëxploiteerde zorgwoningen. Verder ligt aan het plein het populaire Café Wildschut, met groot buitenterras dat uitkijkt op een postzegelparkje dat deel uitmaakt van het plein. Daarnaast is er een boekenwinkel en een bloemenstal en een klein stukje verderop het College-Hotel, dat tevens een ROC praktijkopleidingsplek is. Tezamen maken al deze elementen het Roelof Hartplein tot een belangrijk Knooppunt van zachte infrastructuur in Amsterdam Zuid en populaire en levendige plek in de buurt.

Belang en waarde van (vitale) Knooppunten van zachte infrastructuur

Over het belang, effect en succes van Knooppunten van zachte infrastructuur en hun ontstaan is binnen de huidige stedenbouwkundige praktijk slechts beperkte informatie voorhanden. Knooppunten van zachte infrastructuur staan als zodanig niet op de agenda bij onderzoekers, gemeenten, gebiedsontwikkelaars, beleggers of (maatschappelijk) projectontwikkelaars. Wel is er laatste jaren behoorlijk wat onderzoek gedaan naar de opbrengsten van creatieve broedplaatsen en ruimtelijke ontwikkelingsgebieden met veel creatieve industrie. Steden als Amsterdam, Eindhoven en Rotterdam zijn ondertussen veel ruimte gaan geven aan de creatieve industrie als belangrijke (her)ontwikkelstrategie voor (re)vitalisatie van achterstandswijken en herbestemminggebieden zoals Amstel III. Het concept Knooppunt van zachte infrastructuur speelt hierbij echter geen prominente rol. Terwijl er toch sterke aanwijzingen zijn dat juist Knooppunten van zachte infrastructuur van grote toegevoegde waarde zijn voor de vitaliteit, oftewel leefbaarheid, populariteit, veiligheid, lokale werkgelegenheid, vastgoedwaarde en stedenbouwkundige kwaliteit van wijken en buurten.

Roelof Hartplein (Amsterdam Centrum)

Laagdrempelige plaatsen voor informele ontmoeting in buurten en wijken

Knooppunten hebben enkele karakteristieke kenmerken die van invloed zijn op hun waarde en belang voor buurten, wijken en zelfs gehele steden. Het bieden van aantrekkelijke, laagdrempelige plek voor ontmoeting aan mensen uit de buurt en wijk is een van de kernelementen in het door ons beschreven Knooppunt concept. Jane Jacobs wees al in de jaren ’60 van de vorige eeuw op het belang van voldoende aanwezigheid van informele publieke ontmoetings­plaatsen voor de vitaliteit van steden, buurten en wijken. Ook de Amerikaanse stadssocioloog Ray Oldenburg benadrukte het belang van zogenaamde “third places”; plekken naast thuis en werk waar stedelingen elkaar informeel kunnen treffen. Gerenommeerde Nederlandse onderzoeksinstituten als de WRR, het Verwey-Jonker Instituut, OTB / TU Delft, Nicis en Ecorys hebben afgelopen jaren eveneens gewezen op het belang van toegankelijke, informele ontmoetingsplekken voor de vitaliteit en leefbaarheid van steden, buurten en wijken. Vooral laagdrempelige, aansprekende goedkope horeca blijkt een aantrekkelijke plek voor ontmoeten te zijn.

Breed en divers aanbod van voorzieningen voor de buurt, wijk en stad

Maar niet alleen als laagdrempelige plek voor informele ontmoeting zijn Knooppunten van zachte infrastructuur van groot belang voor de vitaliteit van buurten en wijken, ook het geconcentreerde, diverse en brede aanbod van op bewoners en buurt afgestemde functies en voorzieningen van Knooppunten draagt hier aan bij. Net als bij de waarde van informele ontmoetingspunten heeft Jane Jacobs hier in de jaren zestig al uitgebreid over geschreven. Jacobs stelde dat functiemenging en een ruim en divers aanbod van voorzieningen in de buurt essentieel zijn voor de leefbaarheid, sociale cohesie en economische bloei van wijken, buurten en steden. Diversiteit en rijkdom aan functies; wonen, werken, cultuur, winkelen e.d. dragen bij aan een vitale, levendige buurt met veel interactie en uitwisseling tussen mensen en een sterke, dynamische lokale economie. Breed aanbod van voorzieningen in de eigen buurt zorgt er tevens voor dat meer mensen lopend en fietsend naar voorzieningen gaan en minder hun toevlucht zoeken tot OV en auto om verder gelegen voorzieningen te bezoeken. Lokale voorzieningen dragen daarmee bij aan een efficiëntere stad en gezondere bewoners. Niet voor niets propageert het ministerie van Infrastructuur & Milieu (VROM) alweer zo’n 10 jaar het gemengde bouwen en de gemengde stad, met een (rijke) combinatie van wonen, werken, winkelen, recreatie- en andersoortige voorzieningen in de wijk.

Het afgelopen decennium is er ontzettend veel onderzoek gedaan naar het effect van het lokale voorzieningenaanbod op het imago van, en de tevredenheid van bewoners over buurten, de vitaliteit van de locale economie, de prijzen van lokaal vastgoed (woningen en kantoren), de sociale cohesie in de wijk, et cetera. O.a. het Planbureau voor de Leefomgeving, WUR, Nicis, ABF Research, DTZ Zadelhoff e.d., maar ook tal van minder bekende onderzoekers hebben hier naar gekeken. Algemene uitkomst is dat een rijk voorzieningenaanbod inderdaad een aanzienlijk positief effect heeft op genoemde indicatoren. Met name kwalitatief hoogwaardig groen, culturele voorzieningen (theaters, broedplaatsen e.d.), gezichtsbepalende (monumentale) gebouwen en horeca in de buurt hebben een positief effect op vastgoedwaarden, imago, leefbaarheid e.d.. Ook voor (goede) onderwijs- en opvangvoorzieningen geldt dat er aanwijzingen zijn dat ze een positief effect hebben. De sterkste aanwijzing voor het positieve effect van een rijk voorzieningenaanbod is echter wel dat vastgoedprijzen van centrumlocaties en rondom het centrum gelegen (gemengde) locaties bijna altijd veel hoger zijn dan de vastgoedprijzen van monofunctionele perifere (woon) gebieden. Niet voor niets adviseert de VNG gemeenten ondubbelzinnig zich in te zetten voor een rijk voorzieningenaanbod in buurten en wijken.

Dijk 270 (Amsterdam Noord)

Bijdrage aan de lokale economie, werkgelegenheid en innovatie

Uit eigen onderzoek (zie deze website) komt naar voren dat Knooppunten van zachte infrastructuur naast een rijk en breed voorzieningenaanbod en plek voor ontmoeten een aanzienlijke bijdrage leveren aan de lokale werkgelegenheid en economie. Knooppunten van zachte infrastructuur zijn zeer vaak plekken waar de creatieve sector, de ‘industriële’ sector van deze tijd, floreert en de ruimte krijgt. De directe en indirect door Knooppunten gegenereerde werkgelegenheid kan oplopen van enkele tientallen tot vele honderden fte’s. Soms gaat het vooral om onbetaalde (vrijwillige) arbeid, in andere gevallen juist om betaalde werkgelegenheid. De afdracht aan directe en indirecte lokale en rijksbelastingen van het Knooppunt en alle door of vanuit het Knooppunt gegenereerde economische bedrijvigheid en werkgelegenheid varieert van enkele tienduizenden tot tientallen miljoenen euro’s. Opmerkelijk ook is het vaak innovatieve karakter van Knooppunten van zachte infrastructuur. Bij veel Knooppunten is er sprake van gebruik van innovatieve technologieën, vernieuwende verdien- en/of businessmodellen en onconventionele stedenbouwkundige aanpakken. Knooppunten van zachte infrastructuur zijn daarmee een belangrijk driver voor een innovatieve, moderne dynamische economie en vitale stadsont­wik­keling. Wellicht niet toevallig dat juist in die gebieden in Amsterdam en Berlijn waar de stad en economie afgelopen 15 jaar een opval­lende posi­tieve ont­wik­ke­ling heeft doorgemaakt; Kreuzberg en Amsterdam Oost, opmerkelijk veel Knooppunten van zachte infrastructuur te vinden zijn, merendeels bottom-up of hybride van aard.

Architectonische en stedenbouwkundige waarde van Knooppunten van zachte infrastructuur

Naast sociaal-maatschappelijke, culturele en economische waarde karakteriseren vrijwel alle Knooppunten van zachte infrastructuur zich door hun (bijzondere) architectonische en/of stedenbouwkundige bijdrage aan de gebouwde omgeving en stad. Zowel qua plattegrond, inpassing in de structuur van de stad en gebruik van de openbare ruimte, als bijdrage aan behoud van monumentaal erfgoed of karakteristieke, gezichtsbepalende gebouwen zijn bijna alle Knooppunten van bijzonder waarde. Of het nu gaat om het Westergasfabriek terrein, Het Zonnehuis, Park Frankendael, Buurtboerderij Ons Genoegen, Tugela85, de Renault Dauphine garage in Amsterdam of het ExRotaprint complex, de Brotfabrik, Markthalle Neun, Tempelhofer Feld of Görlitzer Park in Berlijn, in alle gevallen vertegenwoordigen deze Knooppunten van zachte infrastructuur bijzondere architectonische en/of stedenbouwkundige waarde. Veel van hen zodanig dat enkel al om architectonische en stedenbouwkundige redenen veel mensen op het Knooppunt afkomen.

De waarde van bottom-up Knooppunt initiatieven lijkt groter

Vooral Knooppunten van zachte infrastructuur die meer organisch, vanuit bottom-up initiatieven, oftewel lokale partijen en/of individuen zijn ontstaan lijken succesvoller te zijn, op meer draagvlak en aansluiting in de buurt te kunnen rekenen en van grotere waarde voor een vitaal stedelijk weefsel te zijn. Dit soort organische, bottom-up ontwikkelde Knooppunten geven invulling aan de conclusies van de stads­sociologen Jane Jacobs en Arnold Reijndorp die stellen dat functie­menging en stedenbouw van onderop een sterk positieve invloed heeft op de vitaliteit van buurten en wijken. Hoewel ook bij planmatig, top-down door lokale en provinciale overheden ontwikkelde stedelijke gebieden; of het nu om nieuwbouw, achterstands of ‘normale’ wijken gaat wordt nagedacht over economische en sociaal-maatschappelijke functies en voorzieningen, blijkt uit onderzoek van Reijndorp c.s. dat bewoners zich in het algemeen stukken prettiger voelen en meer aansluiting hebben bij de alledaagse, door eigen initiatieven tot stand stedelijke (buurt)voorzieningen e.d.. Dergelijke eigen initiatieven sluiten in het algemeen nauw aan bij de directe, actuele behoeften van de buurt. Bij planmatig, vaak al ver vantevoren ingetekende en bedachte voorzieningen is dit zelden het geval.

Jeugdland (Amsterdam Oost)

De relatief nieuwe wijk IJburg in Amsterdam laat mooi zien hoe dit werkt. Vrijwel alle eigen initiatieven van de overheid op gebied van parken, markten, winkels, speelvoorzieningen voor jongeren, sportverenigingen, buurthuizen en zelfs scholen en kinderopvang zijn daar mislukt, of lange tijd zieltogend geweest. Ook lag de focus vooral op basisvoorzieningen. In antwoord daarop hebben IJburgers en particuliere initiatiefnemers en aanbieders zelf, vaak tegen de ambtelijke bureacratische molens in, voor een enorme rijkdom aan voorzieningen en Knooppunten gezorgd met groot draagvlak onder de IJburgers.

Bijkomend pluspunt van Knooppunten van zachte infrastructuur die uit lokale maatschappelijke, individuele en bewonerinitiatieven voortkomen, is dat ze vrijwel altijd relatief goedkoop zijn. Zowel qua stichtingskosten, als qua kosten voor exploitatie en beheer. Juist in deze tijd van beperkte financiële middelen voor wijkaanpak, gebiedsontwikkeling en het sociaal domein is dat een waardevol extra voordeel van bottom-up initiatieven. Uit ons eigen onderzoek komt naar voren dat bottom-up geïnitieerde en ontwikkelde Knooppunten, uitzonderingen daargelaten, in het algemeen inderdaad veel goedkoper en succesvoller zijn dan Knooppunten van zachte infrastructuur die top-down ontwikkeld zijn en beter aansluiten bij de vraag vanuit de buurt en buurtbewoners.

De hiervoor geïntroduceerde Knooppunten van zachte infrastructuur zijn te plaatsen in een continuüm van cultureel-maatschappelijke voorziening netwerken, die meer of minder structureel van aard zijn en meer of minder fysiek gematerialiseerd in de ruimtelijke, fysieke-stedenbouwkundige omgeving. Hierbij zijn vier cultureel-maatschappelijke voorziening netwerken te onderscheiden, te weten: virtuele netwerken, sociale netwerken, fysiek gematerialiseerde netwerken en ruimtelijke gematerialiseerde netwerken. Deze netwerken noemen wij respectievelijk Virtuele Knooppunten van zachte infrastructuur, Sociale Knooppunten van zachte infrastructuur, Fysieke Knooppunten van zachte infrastructuur en Ruimtelijke Knooppunten van zachte infrastructuur.

ExRotaprint (Berlijn Wedding)

Knooppunten als vormen van sociale netwerken die zich richten voorzieningen

Virtuele Knooppunten van zachte infrastructuur

Virtuele netwerken, oftewel Virtuele Knooppunten van zachte infrastructuur zijn een populaire en moderne vorm van zelforganisatie en participatie van burgers. Het zijn (digitale) netwerken en virtuele ontmoetingsplekken waar mensen in een virtuele wereld bij elkaar komen om met elkaar over specifieke onderwerpen te converseren (chatten, discussiëren) en diensten aan elkaar te verlenen. Deelnemers aan virtuele netwerken kunnen bewoners, ZZP’rs, lokale organisaties e.d. uit de buurt, wijk, hele stad of zelfs daarbuiten zijn. Binnen hun op internet, via de telefoon of social media gecreëerde virtuele wereld treden de deelnemers van het netwerk via een platform met elkaar in contact om diensten uit te wisselen. Zo organiseren buurtbewoners bijvoorbeeld een (virtuele) buurt­bibliotheek van waaruit ze boeken aan en van elkaar lenen, een thuiszorg coördinatiepunt van waaruit thuiszorg aan buurtbewoners verleend wordt, klus, administratieve of fiscale hulp aan elkaar, et cetera. Noppes en LETS zijn bekende voorbeelden van virtuele netwerken met veel deelnemers.

Sociale Knooppunten van zachte infrastructuur

Sociale Knooppunten hebben in principe dezelfde rol als Virtuele Knooppunten. Verschil is dat mensen werkelijk fysiek en op regelmatige basis op een vaste plek in de buurt bij elkaar komen om het netwerk te organiseren en/of om diensten aan elkaar of anderen te verlenen. Bij zo’n fysieke plek kan het om iemands huiskamer gaan, een kantoor, een buurthuis, café, park of plein, sportveld, school­gebouw, et cetera. Net als bij Virtuele Knooppunten staat het leveren van maat­schappelijke diensten (functies) aan aangesloten deelnemers of ‘buitenstaanders‘ centraal. Bij­voor­beeld leesles voor allochtone vrouwen, uitwisseling van bedrijfs­contacten, sportactiviteiten, opvang voor psychiatrische patiënten, huiswerk­bege­leiding, et cetera. Sociale Knooppunten functioneren via zelforganisatie, zonder enige vorm van top-down aansturing door de (lokale) overheid, commerciële of maatschappelijke organisaties. Vaak worden Sociale Knooppunten (netwerken) gecombineerd met een Virtueel Knooppunt.

Fysieke Knooppunten van zachte infrastructuur

Fysieke Knooppunten van zachte infrastructuur zijn plekken die soortgelijke functies vervullen als Virtuele en Sociale Knooppunten, maar geïnstitutionaliseerd zijn op een eigen fysieke vaste plek in de stedelijke omgeving. Bij Fysieke Knooppunten kan het gaan om een leegstaand kantorenpand, waarin een (tijdelijke) buurtgalerie of winkel is gevestigd, een braakliggend stuk land dat als gezamenlijke moestuin wordt gebruikt, of een oude hangar waarin muziekstudio’s zijn ondergebracht. Ook is het mogelijk dat door een lokaal initiatief een eigen gebouw als Fysiek Knooppunt wordt gerealiseerd. Bijvoorbeeld een theater in combinatie met een café / koffiehuis en kinderopvang, een gebouw voor verslaafdenopvang en dagbesteding, een Kulturhus met daarin geïntegreerd een bibliotheek, peuterspeelzaal en welzijnsorganisatie, et cetera.

Mellowpark (Berlijn Treptow)

Ruimtelijke Knooppunten van zachte infrastructuur

Ruimtelijke Knooppunten van zachte infrastructuur hebben een nog sterkere stedenbouwkundige connotatie en inbedding dan Fysieke Knooppunten van zachte infrastructuur. Bij Ruimtelijke Knooppunten is de ruimtelijke inrichting en fysieke, stedenbouwkundige invulling en materialisatie in de omgeving cruciaal voor de definitie, samenhang en het functioneren van het Knooppunt. Als initiatiefvorm gaat het bijvoorbeeld om een door buurtinitiatieven tot stand gebracht park met allerlei functies en voorzieningen, of stuk strand met horecaplekken, zwemgelegenheid en andere sportvoorzieningen. Concrete voorbeelden van Ruimtelijke Knooppunten in Amsterdam en Berlijn zijn het al eerder genoemde Westergasfabriek terrein en Roelof Hartplein in Amsterdam, maar ook het ExRotaprint en Brotfabrik complex in Berlijn zijn typische voorbeelden van Ruimtelijke Knooppunten van zachte infrastructuur. Ruimtelijke Knooppunten kunnen zowel door gelukkig toeval en slim hergebruik, als door gerichte, samenhangende initiatieven ontstaan.

(UA-0000000-0)